Koninginnedag in Alphen aan den Rijn

Hoogtepunten uit de jaren ‘70

In De Viersprong, het geschiedkundig tijdschrift dat wordt uitgegeven door de Historische Vereniging Alphen aan den Rijn, werden in de editie van mei 2005 meerdere interessante en nostalgische artikelen rondom het thema ‘Oranjefeesten in Alphen’ gepubliceerd. In één van deze artikelen ging redactielid van De Viersprong P. Leeflang in gesprek met Miny Lemkes-van Wijk. Zij was van 1973 tot en met 1977 bestuurslid van de Algemene Oranjevereniging Alphen aan den Rijn. Samen haalden zij herinneringen op aan Alphense Koninginnedagen in de jaren ’70.

Hieronder treft u selecties uit dit artikel aan. Wij als Stichting Alphense Oranje Vieringen danken de Historische Vereniging Alphen aan den Rijn voor het mogen overnemen van dit artikel in deze Oranjekrant en wensen u als lezer veel leesplezier.

Koninginnedag Hoogtepunten in vroeger jaren

In nr. 80 van ‘De Viersprong’ vroegen we de lezers of zij bijzondere herinneringen aan de Alphense Oranjefeesten met ons wilden delen. Mevr. Miny Lemkes-van Wijk was de enige die reageerde. Hieronder vindt u de weergave van ons gesprek, waarbij mevr. Lemkes kon putten uit een rijk archief en een goed geheugen. De Oranjefeesten in Alphen aan den Rijn werden aanvankelijk georganiseerd door de Wilhelminavereniging, die werd opgericht om in 1898 de troonsbestijging van koningin Wilhelmina te vieren. Het jaarlijks terugkerende feestprogramma op 31 augustus telde vijf onderdelen met het karakter van een Oudhollands volksfeest. Hoofdschotel was het ringrijden op de Rijksstraatweg, nu Wilhelminalaan. Dit alles onder de vrolijke klanken van de toen populaire muziekvereniging ‘Beethoven’. Aanvankelijk was het om acht uur ‘s avonds uit met de pret; nieuwe elementen, zoals een bloemencorso en een historische optocht leidden later tot uitbreiding van het dagprogramma. De eerste jaren werden de Oranjefeesten gehouden op een terrein van hotel ‘Sint Joris’, de zogenaamde Kamp van Schouten. Daarna werd het terrein aan de toen nog niet bebouwde Van Boetzelaerstraat gebruikt. Na de Tweede Wereldoorlog werden de Oranjefeesten minder groot van opzet. Wellicht had dit te maken met andere jaarlijkse activiteiten, zoals de Laura-fletsvierdaagse, het carnaval en de jaarmarkt, die in onze gemeente werden en nog steeds worden georganiseerd. Van 1973 tot en met 1977 was Miny Lemkes-van Wijk bestuurslid van de Algemene Oranjevereniging Alphen aan den Rijn. Haar motto was ‘dat er maar eens iets groots moest gebeuren op de verjaardag van de koningin’. De Oranjefeesten moesten een nieuwe impuls krijgen. En zo heeft zij het ook gerealiseerd.

1974 Ballonopstijging

Na 38 jaar konden de Alphenaren tijdens de Oranjefeesten in 1974 weer de opstijging van een luchtballon meemaken. De eerste vlucht in 1936 was net als nu door de Haagsche Ballonclub georganiseerd. De opstijging moest het ongekende hoogtepunt worden van het programma dat de Algemene Oranjevereniging onder voorzitterschap van Pieter Groenhart de bevolking aanbood. De ouderen onder ons zullen zich het Haagse ballonvaarders-echtpaar Boesman nog wel herinneren dat in die jaren in Nederland grote bekendheid genoot.

In de vroege ochtend van 30 april 1974 kwam de ballon per auto naar Alphen en deze werd op het grasveld voor het oude raadhuis vertrek klaar gemaakt. Er was die dag laaghangende bewolking; geen ideaal weer voor een ballonvaart. Het echtpaar Boesman stond in voortdurende radiografische verbinding met de weerdienst van het KNMI en met de luchtverkeersleiding op Schiphol. Uiteindelijk werd besloten toch op te stijgen, maar de uitgenodigde passagiers, waaronder de bestuursleden Nel den Daas-Verzaal en Miny Lemkes-van Wijk, mochten niet mee de lucht in, zijnde niet-ervaren ballonvaarders.

Briefkaarten

Wel ging een grote postzak aan boord met ansichtkaarten die het Rode Kruis, afdeling Alphen aan den Rijn, in de voorliggende weken voor één gulden per stuk te koop had aangeboden. Op de briefkaarten was het raadhuis met een opstijgende ballon afgebeeld. Tot één uur voor het vertrek konden de kaarten worden ingeleverd. De Haagsche Ballonclub zou alle kaarten van een speciaal stempel voorzien. Daarnaast zouden de kaarten in de plaats van landing een dagstempel krijgen en worden teruggestuurd naar de rechtmatige eigenaren. Op deze wijze wilde de Oranjevereniging in Alphen een goed doel steunen. Het geldbedrag dat het Rode Kruis aan deze actie overhield, was ƒ 5.500,00; het was bestemd voor de aankoop van een tweede ambulance.

Duizenden volgden de noodzakelijke voorbereidingen totdat rond 12.00 uur de ballon ‘Nimbus’ klaar was voor vertrek. Uit handen van P. Groenhart ontving mevrouw Boesman een groot boeket bloemen met de beste wensen voor een behouden vlucht. Burgemeester mr. R.M. Gallas stuurde een goodwillboodschap mee voor de burgemeester van de gemeente waar de ballon zou landen. Een aantal zakken zand werd overboord gezet en de ballon kon opstijgen.

Via een radio-zendinstallatie vertelde mevrouw Boesman de mensen in het Burgemeester Visserpark wat zij tijdens de opstijging zag en beleefde. De ballon verdween in zuidelijke richting maar mocht niet in de wolken varen; er moest ‘grondzicht’ blijven. Dat zou van invloed zijn op de af te leggen afstand. De hoogte van het wolkendek werd op tweehonderd meter geschat, maar later zou blijken dat dat te optimistisch was. Het zou een spannende tocht worden. Er bleef voortdurend contact met het KNMI om de laatste weersveranderingen te horen.

‘De vlucht voerde precies langs de televisietoren van Lopik, die gedeeltelijk in de wolken zat. Dat was wel een angstig moment. Daarna draaide de wind en gingen we oostwaarts. Het was een bijzonder koud tochtje en we waren blij dat we geen passagiers hadden meegenomen’, aldus vertelde mevrouw Boesman later. De ballon kwam niet verder dan Achterberg in de gemeente Rhenen, na een vlucht van 68,51 kilometer.

Zoals beloofd kregen alle kaarten het speciale stempel van de Ballonclub en ze werden vervolgens afgeleverd op het postkantoor van Rhenen, waar een ijverige ambtenaar de 4.500 exemplaren met de datum ’30 april 1974′ afstempelde. Het was in Nederland 26 jaar niet gebeurd dat een poststuk op die dag van een stempel werd voorzien. Daardoor werden deze kaarten voor filatelisten een waardevol bezit en voor niet-verzamelaars een leuke herinnering. Na terugkomst in Alphen werd prompt vijf gulden per kaart geboden.

1975 Internationale Speedboatraces

De Oranjevereniging haalde in 1975 internationale speedboatraces naar Alphen, die meetelden voor het Nederlands kampioenschap. De zandwinplas kreeg voor het eerst een nieuwe bestemming en naam: ‘recreatiemeer’. Pas later zou de naam ‘Zegerplas’ worden geïntroduceerd. Het zou een grandioos spektakel worden, dat een aantal bestuursleden van de Oranjevereniging vele uren van voorbereiding kostte. Duizenden mensen hadden zich in het lentezonnetje aan de boorden van het meer genesteld om getuige te zijn van het brute geweld van de speedboten. Vierentwintig bontgekleurde bolides kwamen aan de start; de regerend Europees en wereldkampioen Cees van der Velden en de Nederlands kampioen Hans Pelster behoorden tot de deelnemers.

De boten werden per auto via de Westkanaalweg aangevoerd en ter hoogte van de huidige verbinding van de plas met het Aarkanaal – maar nog zonder bruggetje – door de kraan van Rijm Mulder te water gelaten. De vereniging kreeg van dorpsgenoten veel gratis medewerking; niet alleen van Mulder, want Schouten Olie stelde een tankauto met brandstof beschikbaar en Avifauna een boot voor de genodigden. W.A. van den Dool was er met zijn schip m.s. Teun om de pers rond te varen. Bouw van Wijk bracht de startboot mee.

Van der Velden won met grote voorsprong twee van de drie heats en werd daardoor algemeen winnaar met 1.200 punten. De strijd om de tweede en derde plaats ging tussen Pelster en de Belgische kampioen André Dierckx en werd door Pelster gewonnen; dat leverde hem 825 wedstrijdpunten op. Dierckx had inmiddels de motor van zijn bolide opgeblazen. Vanwege zijn grote voorsprong kon Van der Velden van zijn race een enorme show maken door rondjes met een snelheid van 150 kilometer per uur te draaien. Na afloop van de races waren er alleen maar tevreden gezichten. De piloten zouden Alphen graag opgenomen zien in hun jaarlijks terugkerende wedstrijdprogramma.

Tussen de races door werden, ook voor het eerst in Alphen, windsurfwedstrijden gehouden door dertig leden van de Reeuwijkse Windsurf Club.

Bovendien gaf Torn Besseling, wereldrecordhouder parasailing (parachute-zweven achter een speedboat), een demonstratie van zijn kunnen. Hangend aan zijn parachute en vooruit getrokken door een speedboat, vloog hij letterlijk en figuurlijk door de lucht en over de plas. Het wereldrecord had hij behaald door ruim veertig minuten onafgebroken in de lucht te blijven. Windsnelheid en windrichting waren daarvoor bepalend.

Door het grote succes werden er in 1976 en 1977 weer speedboatraces op de Zegerplas gehouden.